Het is een misverstand dat vrouwen minder risico lopen op hart- en vaatziekten dan mannen. Er overlijden in ons land zelfs meer vrouwen dan mannen aan hart- en vaatziekten. Bij vrouwen is dit doodsoorzaak nummer één.
In Nederland overlijdt één op de drie vrouwen aan een hart- of vaatziekte. Dat zijn elke dag 57 vrouwen die sterven aan bijvoorbeeld een hartinfarct of een beroerte. Het kan zomaar een bekende van u overkomen, of wellicht wordt u zelf getroffen.
Helaas er is nu nog niet genoeg bekend over hart- en vaatziekten bij vrouwen. Wel weten we uit internationaal onderzoek dat er verschillen zijn tussen vrouwen en mannen op het gebied van hart- en vaatziekten, zoals:
- Vrouwen krijgen op latere leeftijd hart- en vaatziekten dan mannen.
- Slagaderverkalking ontwikkelt zich bij vrouwen vaak anders dan bij mannen. Bij vrouwen zijn de kransslagaders meestal over een grotere lengte vernauwd. Ook de kleine uitlopers hebben dan vernauwingen. Bij mannen zit vaker een steeds groter wordende ophoping (plaque) in een grotere tak van de kransslagaders.
- Het risico op hart- en vaatziekten is bij vrouwen met diabetes hoger dan bij mannen met diabetes.
- Risicofactoren voor hart- en vaatziekten, zoals verhoogde bloeddruk en cholesterolgehalte, gaan bij vrouwen na de overgang zwaarder wegen. Zo kunnen na de overgang de bloeddruk en het cholesterolgehalte hoger worden.
- Artsen hebben bij vrouwen soms andere onderzoeksmethoden nodig dan bij mannen, om vast te stellen of vrouwen een hart- of vaatziekte hebben.
- Vrouwen met een verhoogde bloeddruk tijdens de zwangerschap en/of vrouwen die zwangerschapsdiabetes (suikerziekte) hebben gehad, hebben op latere leeftijd een grotere kans op een verhoogde bloeddruk en/of diabetes.
Tot nu toe vindt wetenschappelijk onderzoek naar hart- en vaatziekten vooral plaats bij mannen. De Nederlandse Hartstichting maakt zich hard voor meer onderzoek naar hart- en vaatziekten bij vrouwen.
Wat u voor uzelf kunt doen:
- rook niet of stop met roken;
- val af als u te zwaar bent;
- eet dagelijks twee stuks fruit en twee ons groenten;
- gebruik weinig tot geen zout;
- vermijd voeding met verzadigde vetten, kies liever voor onverzadigde
- vetten;
- beweeg elke dag een half uur matig intensief;
- wees matig met alcohol;
- zoek regelmatig ontspanning.
